Categorie: Strafrecht

  • Het vangnet van artikel 12: als er niets met uw aangifte gebeurt

    Het vangnet van artikel 12: als er niets met uw aangifte gebeurt

    Alléén moeders kregen bij boekhandel Haagse Paagman tijdens Moederdag een gratis kopje koffie aangeboden. En dat is discriminatie, zo oordeelde een verontwaardigde vader. Hij deed aangifte bij de politie. Het Openbaar Ministerie zag echter niets in vervolging en seponeerde de kwestie. Via de zogeheten artikel-12-procedure kon de man toch de gang naar de rechter maken. Het artikel biedt een klager de mogelijkheid zijn klacht voor het Gerechtshof voor te leggen, indien een Officier van Justitie niet overgaat tot vervolging. Maar ook daar ving hij bot. In een recent verschenen arrest noemde het Hof het gratis kopje koffie ‘een vriendelijk gebaar’ waar vooral géén rechten aan ontleend kunnen worden. Volledigheidshalve merkte het Hof nog op dat bij diezelfde boekhandel op Vaderdag een gratis kopje koffie voor de vaders klaarstaat.

    Bovenstaand voorbeeld is slechts een van de vele gevoerde artikel-12-procedures. Het komt geregeld voor dat het Openbaar Ministerie niet overgaat tot vervolging. Dat betekent in beginsel dat degene die aangifte doet met lege handen achterblijft. Frustrerend, en een enkele keer ook ten onrechte. Uit een in 2014 genomen steekproef blijkt dat het Openbaar Ministerie steeds vaker geneigd is om zaken voortijdig af te doen of zelfs volledig te seponeren. Als voornaamste reden wordt de werkdruk genoemd.

    Alleen directe belanghebbenden kunnen een beroep doen op de procedure. Dat het Hof dat vereiste niet altijd even nauw neemt, blijkt wel uit bovenstaande voorbeeld. Strikter is de voorwaarde dat er een aangifte van de klager ligt. Als aan beide vereisten is voldaan, kijkt het Hof of eventuele vervolging haalbaar en opportuun is. Indien dat ook het geval is, beveelt het Gerechtshof het Openbaar Ministerie alsnog tot vervolging over te gaan.

    Een ander voorbeeld van een artikel-12-procedure is het in 2011 gehouden proces tegen politicus Geert Wilders vanwege haatzaaien. Directe aanleiding was zijn film Fitna. Het Openbaar Ministerie wilde aanvankelijk niet vervolgen, maar moest uiteindelijk toch aan de bak. Onder meer het Landelijk Beraad Marokkanen had – met succes – een artikel-12-procedure in werking gesteld.

    Zoals uit bovenstaande blijkt, biedt de procedure een laatste houvast binnen het strafrecht. Het is een waarborg, om te voorkomen dat ten onrechte niets gebeurd met een aangifte.

    Heeft u een aangifte gedaan die naar uw mening ten onrechte is geseponeerd? Twijfel dan niet om contact met ons op te nemen. Vaak is er met een artikel-12-procedure meer mogelijk dan u denkt.

    Contact

  • Financieel-economisch strafrecht eenvoudig witwassen

    Financieel-economisch strafrecht eenvoudig witwassen

    De reikwijdte van de Nederlandse witwaswetgeving is ruim. Wie voorwerpen verkrijgt die afkomstig zijn van enig misdrijf, is per definitie strafbaar. Dat geldt primair voor de dader van het basismisdrijf. Reeds het enkele bezit van zijn buit promoveert hem wettelijk gezien tot witwasser. Denk aan de dief die een fiets bemachtigt en daarop wegrijdt: ook die is volgens de wetgever aan het witwassen, nu hij een door misdrijf verkregen voorwerp voorhanden heeft. Zo ontstaat welhaast automatisch een verdubbeling van strafbaarheid.

    De Hoge Raad heeft op dit punt echter een belangrijke nuance aangebracht. In een lange reeks arresten is tot uitdrukking gebracht dat van strafbaarheid ter zake van witwassen geen sprake behoort te zijn zolang de dader van een misdrijf geen pogingen heeft gedaan om de criminele herkomst van de door hem verkregen voorwerpen te verbergen of te verhullen. Met deze rechtspraak werd de automatische verdubbeling van strafbaarheid tot op zekere hoogte tegengegaan.

    Dit was niet naar de zin van onze wetgever. Die vreest dat criminelen hierdoor straffeloos over hun geld kunnen blijven beschikken, namelijk wanneer het bewijs van het basismisdrijf niet rond komt en tegelijkertijd wel aannemelijk is dat het geld uit enig door henzelf gepleegd misdrijf afkomstig is. Iemand met een strafblad zou dan openlijk kunnen betogen dat de grote hoeveelheid geld die bij hem werd aangetroffen, uit eigen – maar reeds afgedane – misdrijven afkomstig is. Hij verbergt of verhult niets. Op grond van de huidige rechtspraak zou dat vermeende misdaadgeld dan onaantastbaar zijn, want zonder (nieuwe) veroordeling volgt geen verbeurdverklaring.

    Door een wetswijziging zal die rechtspraak daarom binnenkort “onschadelijk” worden gemaakt. De regering heeft een aparte strafbaarstelling voorgesteld die uitdrukkelijk betrekking heeft op het enkele verwerven en voorhanden hebben van voorwerpen die rechtstreeks afkomstig zijn uit een eigen misdrijf. Dit wordt als “eenvoudig witwassen” strafbaar (wetsvoorstel 34 294). Op grond van de nieuwe delictsomschrijving zullen criminelen die niets verhullend op hun misdaadgeld zitten alsnog kunnen worden veroordeeld en met een verbeurdverklaring geconfronteerd. Eenvoudig, want voorhanden hebben is een voortdurend delict. Zo bezien zou dit wel eens een lucratieve wetswijziging kunnen zijn. Aantrekkelijk voor wie de nuance niet zoekt.

    Contact